Openstaan voor verandering

“Have breakfast like a king, lunch like a prince and dine like a beggar”

Wie mij een beetje kent, weet dat ik wel van lekker eten houd. Een blogpost over eten als ik in een totaal andere cultuur verblijf, mag dan ook niet ontbreken.

Mijn kennis van Indiaas eten strekte tot deze reis niet verder dan de bekende potjes en pakjes van de Albert Heijn en een of twee keer uit eten gaan in een Indiaas restaurant. Het is niet van ‘wat de boer niet kent, dat vreet ie niet’ bij mij, maar met mijn Indonesische achtergrond kom ik wat lekkere recepten betreft bepaald niet tekort. Dus waarom zou ik veranderen? 😉

Natuurlijk komt het niet erg heldhaftig over als je een van je eerste maaltijden in India bij de Pizza Hut nuttigt maar dat had een goede reden (zie mijn eerste blogpost). Het eerste ontbijt in ons hotel was wel degelijk een openbaring. Er stonden verschillende warmhoudbakken met allerlei geurige combinaties van vooral groenten. Als erkend niet-ontbijter (jaja, ik weet het, dat is niet goed) heb ik me ’s ochtends vooral beperkt tot ‘bekend’ eten, zoals toast, gebakken ei en koffie, en vers fruit. Ook Natalie en Martin zijn niet ‘los gegaan’ op alles wat het ontbijtbuffet te bieden had.  Joost en Jaap echter gingen ‘all-in’ en deden zich tegoed aan allerlei pannenkoekjes met kruidige prutjes. Zondagavond zijn we naar de 13th Floor gegaan, een prima restaurant met de tafels op een terras waardoor je een prachtig uitzicht hebt over nachtelijk Bangalore.

Panorama over Bangalore

De zuid-Indiase keuken, zo weet ik inmiddels, is overwegend vegetarisch. Op maandag, onze eerste werkdag, werden we door twee marketingmedewerkers meegenomen naar een lokaal beroemde vegetarische eetgelegenheid, Woodlands. Na dik 3,5 jaar met mijn vriendin Jessica eten we thuis inmiddels ook geregeld vegetarisch, dus an sich heb ik daar (tevens als erkend carnivoor) geen moeite mee. Het eten bij Woodlands (fotootje bij mijn eerste blogpost) was echt uitstekend en ik heb vlees geen moment gemist.  ’s Avonds gingen we op aangeven van Jebin, de marketing manager, naar Toit, een bar met luide muziek en een brede, Westers-geöriënteerde menukaart. Tussen het publiek daar waren dan ook andere Westerlingen dan wij te vinden.

De dinsdag was een stressdag, omdat we alle indrukken van maandag moesten verwerken in een presentatie die we diezelfde middag moesten geven. Jebin vroeg ons nog waar we gingen lunchen, omdat hij nog wel tips had. Wij gaven echter aan liever door te werken, waarop hij aangaf pizza (alweer ja!) te bestellen. Aldus geschiedde, en als niet-kenner van pizza’s kan ik inmiddels aangeven dat Domino’s pizza’s stukken beter smaken dan die van de Pizza Hut.

Jebin keek wel meewarig toen wij de pizzapunten boven onze laptops naar binnen schoven.  Het was kort daarna dat we van hem begrepen waarom: eten is een gebeurtenis in India, en is ontzettend belangrijk. Het ontbijt is zo ongeveer het belangrijkste, waarna ook voor de lunch voldoende tijd moet worden uitgetrokken. Aan avondeten wordt schijnbaar niet zoveel gehecht. Daar komt dan ook de quote vandaan waarmee deze blog opent: “Have breakfast like a king, lunch like a prince and dine like a beggar”. Ondanks dit advies besloten we onze Westerse kijk op eten die dag niet aan te passen; het diner blijft wat ons betreft het hoogtepunt van de dag. Voor het diner van de dinsdag gingen we naar de topgelegenheid van upper-class Bangalore, de Skyye bar in UB City, waar we traditioneel Westers hebben gegeten.

Woensdag zijn we naar Sukrupa Creations gegaan om daar de probleemstelling van deze onderneming gepresenteerd te krijgen.  In de middag hadden we wat tijd over en zijn we weer naar een mall gegaan, omdat Joost zijn koffer nog steeds niet terug had. Eigenlijk wilden we het prijspeil in India eens vergelijken aan de hand van de Big Mac index, maar in een land waar in principe geen rundvlees wordt geserveerd is dat niet zo gemakkelijk. Jaap heeft daarom de McMaharadja genomen, een Big Mac –alternatief met kruidige kip. De rest hield het bij de in het Westen bekendere burgers. Die avond zijn we teruggegaan naar UB City om daar een van de vele andere restaurants uit te proberen. Het werd uiteindelijk Shiro, een Oosters (met name Japans) restaurant. Lekkere sushi, weer een prima steak voor Martin en Natalie kreeg, helaas pas na drie keer vragen, haar hoofdmaaltijd (teriyaki kip) toen wij al klaar waren met de onze. Het “We are so sorry, this will never happen again!” van de ober werd door ons binnensmonds gepareerd met “You bet, want de kans dat we hier ooit terugkomen is nagenoeg nul.”

Op donderdagmiddag hebben we de lunch genoten in het restaurantje van Krupa, de oprichtster en onderneemster van Sukrupa Creations. Dit restaurantje bood een scala aan gerechten aan, zowel vegetarisch als non-vegetarisch. Ik zag dus mijn kans schoon en bestelde een uitstekend smakende chicken biryani met een behoorlijk pittige raita. Ook de anderen namen diverse Indiase gerechten en we hebben het ons allemaal goed laten smaken. In de avond hebben we ons laten leiden naar een nieuwe tip van Jebin: Opus, een voor de Indiërs  hippe, maar in onze ogen hele foute loungeclub waar, gezien de foto’s met handtekeningen aan de muur, menige beroemdheid (voor de Indiërs dan) heeft vertoeft. Hier heb ik dan eindelijk de kans gezien om een dosa (op aangeven van een Indiase vriendin) te nemen. Dat viel wat tegen; de dosa die ik kreeg was een kleine opgerolde pannenkoek, gevuld met op zich wel wat lekkers maar ik weet nog steeds niet wat. De kans is best groot dat ik weer vegetarisch heb gegeten…. Maar omdat we als groep inmiddels de smaak van het Indiaas eten te pakken begonnen te krijgen hebben we strategisch besteld: Joost, Jaap en ik hadden gerechten uitgekozen die ons alle drie wel lekker leken, zodat we konden ruilen indien nodig. Jaap had een tandoori schotel besteld en kreeg een bord met een forse hoeveelheid roodgekruide geroosterde kip. Helaas voor hem (en gelukkig voor mij) bleken een aantal stukken kip toch te pittig voor zijn smaakpapillen, zodat ik uiteindelijk toch nog genoeg gegeten heb. Joost had een prima keuze gedaan, en had een behoorlijk pittige schotel besteld die hij ook met smaak heeft opgegeten. De steak van Martin was weer goed, zo ook het pastaatje van Natalie.

Dit is dus een dosa...

Vrijdag was dan de dag dat we om 6 uur ’s ochtends al koers moesten zetten richting Bandipur National Park. Met als gids Joyatri Ray, de zeer vriendelijke en openhartige director van ING Vysya Foundation, werden we geleid naar Kamat, een gelegenheid met de zuid-Indiase en ja, vegetarische, keuken, maar niet nadat we eerst een tussenstop hadden gemaakt bij een wegrestaurant-filiaal van restaurant de Twee Gouden Bogen – speciaal voor Natalie, zo bleek later. Jaap¸ Martin en ik hadden dat niet zo goed begrepen omdat we naast koffie ook een McMuffin hadden besteld als ontbijt. Maar goed, zo’n McMuffin heb je ook in twee happen weg dus dat geldt niet bepaald als een ontbijt, een koning waardig.  Natalie en Joost gingen eigenlijk voor de pancakes met maple syrup, maar om de een of andere reden kostte dat minimaal 20 minuten om klaar te maken. Helaas konden ze niets anders lekkers vinden, dus kwam het aan op hetgeen Kamat te bieden had. Dat bleek wederom erg lekker: ik kreeg de herkansing om een dosa te nemen, gevuld met een mengsel van aardappel, ui en kruiden. De dosa was groter, lekkerder en de vulling was bescheidener van omvang en zeer smakelijk. Ook hebben we idly, luchtig gestoomde pannenkoekjes van rijstmeel, geserveerd met twee sausjes, gegeten.

Eenmaal in Bandipur hebben we in ons resort bij de lunch en het avondeten een prima buffet gekregen, al was de kip bij het voorgerecht toch iets te roze. Joost kreeg nog de ‘special’ van de avond op zijn bord: hagedis. Deze stond niet op het menu, maar hing aan het plafond en viel, via zijn hoofd, in zijn bord. Gelukkig gebeurde dat toen hij al klaar was met eten. We zullen echter niet weten of verse hagedis nu knapperig of taai is; misschien komt dat een andere keer wel.

Gaat deze blog dan alleen maar over eten? Nee, als deel vier van mijn blogreeks moet ik natuurlijk vertellen hoe het is afgelopen met de presentatie aan Sukrupa en de tweede(!) presentatie aan ING Vysya.

De presentatie over Sukrupa Creations konden we helaas niet aan Krupa zelf kunnen geven; zij was verhinderd door trieste familieomstandigheden. Dat maakte wel dat we iets meer ontspannen en vrij de presentatie aan Joyatri konden geven. Waar we vooraf nog omzichtig aangaven dat onze adviezen best hard konden overkomen maar dat wij niet de intentie hadden om mensen te beledigen, gaf Joyatri tijdens de presentatie aan ‘dat we nog erg beleefd waren’.  Het is wat ons betreft zeer twijfelachtig of Sukrupa Creations met de huidige manier van aansturing succesvol kan worden; zoals ik in een eerder blog schreef is Krupa, de onderneemster, erg enthousiast maar niet gefocust. Joyatri gaf aan dat onze adviezen, die zich niet tot de marketing beperkten maar dankzij de inzet van Nico, de man van Natalie, ook een analyse van de bedrijfsfinanciën bevatten, ook een zeer bruikbaar handvat vormen voor toekomstige ondernemingen die aan de slag willen in hetzelfde werkveld als Sukrupa. Of Krupa genoeg openstaat voor de verandering van richting die wij hebben aangewezen, is een kwestie van afwachten.

Vijf minuten pauze na de Sukrupa presentatie was alles wat we hadden om mentaal terug te schakelen naar de ING Vysya case, die we mochten presenteren aan onze eerder verhinderde gastvrouw, Sonalee Panda, directeur Marketing, en aan de directeur ‘Liabilities’ (we gaan maar even uit van Risk Management). Groot was de opluchting toen Sonalee aangaf dat er goede feedback op onze eerste presentatie was gekomen en men had aangegeven dat zij en de andere directeur deze presentatie toch echt zelf moesten zien. Jaap en Martin hebben de presentatie zeer goed gegeven, en in tegenstelling tot bij de eerste presentatie kwamen er nu veel meer vragen los. Ons eigen idee hierover is dat bij de eerste presentatie er een mix zat van directeuren, managers en medewerkers. Op het moment dat dat het geval is, zwijgt werkelijk iedereen die niet gelijk staat aan de hoogste in rang in de kamer. De vragen die we de eerste keer kregen, kwamen dan ook van de Sales en HR directeur. Pas na afloop, toen de directeuren uit zicht waren, kwamen de medewerkers los. Nu we de tweede keer enkel twee directeuren hadden, kwam er een geanimeerde discussie op hoog niveau op gang. We hebben de indruk gekregen dat het management van ING Vysya absoluut openstaat voor onze adviezen en zich nu vooral het hoofd breekt over hoe ze deze adviezen kunnen gaan implementeren.

Deze blog schrijf ik momenteel op vrijdagavond 20 januari, lokale tijd 23:30 uur, in het Windflower resort in Bandipur waar we verstoken zijn van mobiele dekking en internet. Morgen gaan we via Bylakuppe, een Tibetaans dorp met een gouden tempel en via Mysore terug naar Bangalore, waar we hopen nog even te kunnen uitrusten voor we in de nacht van zaterdag op zondag om 2:30 uur het vliegtuig terug naar Amsterdam via Parijs pakken. We gaan wel wat eerder naar het vliegveld om samen met Joost het baliepersoneel nog even over de kling te jagen over zijn nog steeds vermiste koffer.

Mochten we zondagmiddag in Amsterdam slechts met zijn vieren uitstappen, dan kan ik niet uitsluiten dat ING Vysya een ‘probleem’ met Martins paspoort heeft geregeld, zodat hij in de tussentijd hier in Bangalore nog even conjoint analyse voor hen kan opzetten 😉

Mijn volgende blog zal een inhoudelijk vervolg zijn op The Butterfly Effect, oftewel een verslag van ons bezoek aan een klein dorpje aan de rand van het Bandipur National Park waar we, onder leiding van Joyatri, een chulha, een stenen oventje, hebben gebouwd. Stay tuned!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s