De wonderen van Bangalore

Verwondering, dit is toch wel het woord dat onze ervaringen van de afgelopen drie dagen naar mijn idee het beste omschrijft. Verwondering uiteraard over de drukte in deze gemeenschap, het verkeer zoals ik gisteren al schreef, maar ook over de tegenstellingen die dit land kenmerken – voorzover je je daar na 3 dagen al een oordeel over kunt vormen natuurlijk.

Waar op het maaiveld in het verkeer totale anarchie heerst, wordt zo’n 20 meter daarboven een metrolijn aangelegd. Deze is al deels in gebruik. Nu ben ik toch al in wat wereldsteden met de metro geweest, maar de metro van Bangalore springt er met kop en schouders bovenuit. Kraakhelder en brandschoon marmer op de vloer in de stations, personeel dat niet te beroerd is uit hun hokje te komen als mensen problemen hebben om door het tourniquet te komen, een perronopzichter die ijverig op zijn fluitje blaast als je dichter dan 2 meter bij de rand van het perron komt, en gloednieuwe en ook brandschone metrorijtuigen. Zie die maar eens te vinden in Amsterdam of Parijs. Maar het meest verbaasde ik mij over het feit dat de metroperrons merktekens bevatten die de passagiers aangeven waar zij zich moeten opstellen. Een vak voor wachtende passagiers, gemarkeerd aan weerszijden van een uitstapvak. Je zou toch verwachten dat ze belijning daar aanleggen waar het echt nodig is – op de autowegen, maar nee, niet hier. Ondanks het foto- en filmverbod in de metro (jaja…) wilde ik dit toch, zij het ‘sneaky’, op de plaat vastleggen.

Verwonderen deden we ons ook over het feit dat we, met maar een heel beperkte voorbereidingstijd, een naar onze mening heel degelijke strategiepresentatie hebben kunnen geven aan het management van onze zusterbank. Het scheelt ontzettend als je elkaar al een tijd goed kent en precies weet waar iedereen goed in is, zodat je zo efficiënt mogelijk aan de slag kunt. Voor de collega’s onder de lezers die ook Tias hebben gedaan: dit was echt , Tias indachtig,  twee dagen achter elkaar 10 tot 12 uur werken, met stress over de Powerpoint tot vijf minuten voor tijd en twee minuten voor aanvang uitsluitsel over wie er gaat presenteren. Ere wie ere toekomt, Jaap heeft een vlammend betoog gehouden, ook nog eens in het Engels, voor een publiek bij wie Engels ook niet hun native language is.

Aan het eind van de presentatie hoop je dan, net als in Nederland, op een klein applausje en een spervuur aan goede vragen. Zo niet hier. Na de afsluiting van de presentatie voelden we ons vijven alsof we na een auditie op een op de vloer geplakte zilveren ster stonden, met aan de overkant de uitdrukkingsloze, strakke en zwijgende gezichten van HenkJan Smits, Gordon en Jerney Kaagman herself. Gelukkig kwamen er wel wat goede vragen los; de Customer Journey methodiek in combinatie met conjoint analyse die wij warm hebben aanbevolen heeft aardig wat mensen aan het denken gezet. Over een jaar of 10 weten we hoe goed het is geland: of onze zusterbank is failliet, of we hebben spijt als haren op ons hoofd dat we geen aandelen hebben gekocht :). In elk geval hebben we een trots en goed gevoel overgehouden aan deze opdracht; het is niet vaak dat je aan het management van een bedrijf zo’n uitgebreid advies mag uitbrengen over hun strategische opties. Dat zouden bedrijven in Nederland wel eens vaker mogen doen – eigen medewerkers laten adviseren, in plaats van hit-and-run consultants van de McKinsey’s en BCG’s van deze wereld inhuren.

Na de presentatie hebben we nog even nagepraat met Jebin, de marketing manager, en hebben we hem wederom gevraagd naar tips voor een hotspot om te dineren. Dat hij hiervoor bij een event company heeft gewerkt, komt dan goed van pas. De tip van de avond werd de Skyye bar in UB City, een soort verticale PC Hooftstraat waar volgens zeggen de elite van Bangalore te vinden is. Als je vanaf de stoep al richting het gebouw loopt, kom je een bewaker met detector tegen. Vervolgens stap je inderdaad een wereld van glitter en glamour binnen, met onder andere een dure Mercedes coupé ‘on display’ zodat je op weg naar boven in elk geval al in verwarring wordt gebracht of je je rupees nu als gepland aan juwelen gaat besteden, of toch maar aan die glimmende convertible.

Eenmaal binnen (nee heren, met slippers aan komt u niet binnen!) loop je via een luxe lounge naar het terras, rijkelijk voorzien van lichttegels, terrasverwarmers, hoge tafels met krukken, normale tafels aan de rand van het gebouw en lounge-zithoeken. Het wemelt er van de bewakers, kelners en een mannetje dat continu met een bezem en bakje rondloopt om elke ongerechtigheid van de vloer te swifferen. De kelners lopen met een arendsoog rond en duiken op je af als je de laatste slok van je biertje dreigt op te drinken: “Can I get you more beer, sir?”.  Ongetwijfeld omdat ze op drank meer marge maken dan op het eten, want -o verwondering- gisteren was mijn Corona bijna duurder dan mijn hoofdgerecht, net als vandaag. We hebben ons in elk geval uitstekend vermaakt, tot het moment dat we ons om 23:10 uur lokale tijd verwonderden over het feit dat het nachtleven dan totaal tot stilstand komt. Skyye, de hipste club in Bangalore, stopt de muziek , het personeel begint met stoelen stapelen en je krijgt de rekening onder je neus geduwd voordat je erom hebt kunnen vragen. We hebben ons laten vertellen dat dit ‘common practice’ is; in Bangalore is er gewoon geen nachtleven. Jaja Ibis bar, je was zo slecht nog niet….

Eenmaal beneden word je dan weer geconfronteerd met de tegenstelling tussen arm en rijk. De riksja-bestuurders loeren op elke groep mensen die UB City verlaat en roepen om aandacht. Dan begint het spel waarvan iedereen zegt dat dat gebruikelijk is en je het gewoon moet spelen, maar waar ik me toch ergens wel voor geneer: het afdingen met de bestuurder voor de rit naar huis. Dit keer speelden we het goed: we wilden niet meer dan 100 rupees per riksja betalen, maar de bestuurders wilden uiteraard meer. Toen ze beseften dat ze hun hand overspeelden (wij liepen weg) riepen ze alsnog dat ze ons voor die prijs wilden rijden (let wel, we hebben het over 100 rupees, of 1,50 euro…).

Joost en Jaap in de ene, en Natalie ingeklemd tussen Martin en mijzelf in de andere, en op weg gingen we. We hadden gisteren al een spannende riksja-rit meegemaakt maar die van vanavond sloeg alles: Martin, Natalie en ik hadden kennelijk de broer van Narain Karthikeyan (de Indiase Michael Schumacher) getroffen. Met een meer dan assertieve rijstijl werden we naar huis gescheurd, de riksja van Jaap en Joost in onze uitlaatwalmen achterlatend, door rode stoplichten heen, playing ‘chicken’ met een auto die van rechts kwam (wij hebben gewonnen, ook al hadden wij voorrang!). Wij kwamen uiteindelijk vijf minuten eerder aan dan Joost en Jaap; enerzijds door de rijstijl van onze persoonlijke F1 coureur, anderzijds doordat Joost en Jaap aan hun cabbie hadden gevraagd om naar het Justa hotel (ons hotel) gebracht te worden – niet wetend dat er *twee* hotels met die naam zijn. Zij hebben in elk geval een extra tour voor hun geld gehad. Wij hebben, uit opluchting dat wij heelhuids zijn aangekomen, onze cabbie maar een stuk meer betaald dan we eerst hadden afgesproken. Schuldgevoel ook afgekocht? Nee, dat niet.

Morgen en overmorgen gaan we aan de slag met een case met meer echte zingeving: we gaan naar Sukrupa Creations, een stichting die volwassenen allerlei creatieve artikelen van hoge kwaliteit met de hand laat maken met als doel een winstgevende sociale onderneming te worden. Het is de bedoeling dat Sukrupa Creations niet alleen zichzelf kan bedruipen, maar ook de Sukrupa Foundation, een stichting die kansarme kinderen scholing biedt, kan financieren. De case die wij krijgen behelst de vraag hoe Sukrupa Creations een (nationale en eventueel internationale) marketingstrategie kan gaan uitvoeren zodat zij hun doel -zelfbedruiping en financiering van de Sukrupa Foundation- kunnen bewerkstelligen.

Wordt weer vervolgd dus!

Advertenties

2 thoughts on “De wonderen van Bangalore

  1. Robert, wist niet dat je zo leuk kon schrijven. Wat een leuk verhaal, en zo vermakelijk om te lezen. Kan niet wachten op het vervolg…

  2. Hoi Frits, dank je wel! Schrijven heb ik altijd wel leuk gevonden, maar het kwam er de laatste jaren niet van. En tegenwoordig moet je steeds vaker met maar 140 tekens uit de voeten 😉

    Met deze blog kan ik in elk geval meer kanten op. Een reisblog is ‘makkelijk’, ik ben benieuwd of ik na de reis kan ‘doorpakken’ met andere onderwerpen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s